© 2004 Tekst en muziek: Ad Grooten

Uitgegeven door DZV Publishing
Van de cd ‘ZEE’ (2004) van Pater Moeskroen.

Dit lied heeft geen refrein. Wel dertien coupletten, die om beurten door twee zangers gezongen worden. Het laatste couplet zingen ze samen. Ik heb het eigenlijk geschreven als kinderlied, maar het bleek in het theater prima stand te houden als ‘kleinkunst-nummer’.

 

 

Helder als kristal, nog breekbaar en smal
Sijpelt een klein beekje van de berg naar het dal
Langs rotsen, gras en bomen… met groot plezier
Want hij is net geboren: de rivier

Een oude grijze torenflat in de havenstad
Op de bovenste verdieping klinkt luid ‘Proficiat!’
Een halve meter, zeven pond; we noemen haar Gaby
Een wolk van een baby

Speels dartelt en meandert de aanstormende stroom
Hij wordt zo’n grote, stoere rivier… da ’s zijn droom!
Hij raast maar door en groeit in kracht, in diepte en breedte
Maar ook begint er iets te vreten

Gaby kijkt graag uit het raam naar de zee en de rivier
De allermooiste schepen zie je varen vanaf hier
En ze wil, net als haar papa, een matroos worden later
Een leven lang op het water

De rivier baalt van de mensen, met hun bootjes en hun troep
Ze lozen rotzooi in de stroom; olie, gif en poep
Fosfaten, plastic, alles moet hij slikken welbeschouwd
En al gauw voelt hij zich ziek en oud

Gaby is vijf jaar nu, het nieuws komt keihard aan
Het schip van papa is op zee met man en muis vergaan
Zo’n grote stoere papa… zo’n grote stoere boot
Een prachtige dood

De rivier denkt: ‘Kijk toch wat er van mij geworden is
‘k Was ooit een lieflijk beekje, zuiver, schoon en fris
Nu ben ik groot, vies en bruin en ik zit vol rotte vis
Ergens onderweg ging het mis…’

Een kind heeft zoveel toekomst en het leven gaat zo snel
Vooruit kijken, nou dat kan die kleine Gaby wel
En ze kijkt nog altijd graag naar de schepen daar benee
En naar de wolken boven zee

Ginds tegen het avondrood, niet ver meer hiervandaan
Zie je de grote kranen van de havenstad al staan
Daar staan de oude torenflats, strak in het gelid
Voor de rivier het eind van de rit

‘Hé, da ’s grappig, mama, kijk! Die wolk die je daar ziet
Die heeft precies ‘t gezicht van papa… vind je niet?’
En mama kijkt, ze ziet het niet, haar ogen zijn te nat
Ze heeft haar kind nog nooit zo liefgehad

Nog eenmaal bundelt hij zijn kracht en stoot hij, nietsontziend
Al wat ie heeft de monding in en hij kust zijn nieuwe vriend
Zijn vriend, de zee en de rivier denkt: ‘Wat is ie groot
Zo wil ik wel sterven… een prachtige dood’

En Gaby zwaait naar de papa-wolk en kijkt hem achterna
Dan vraagt ze: ‘Waar gaan de wolken eigenlijk heen, mama?’
Haar moeder zegt: ‘Landinwaarts, de wind neemt ze mee
Zo ver mogelijk weg van de zee…’

Soms haalt zo’n wolk het tot aan een bergtop
Daar regent ie en sneeuwt ie en lost ie langzaam op
Een prachtige dood, voor een wolk, want hier
Word je weer geboren… als de rivier… de rivier… de rivier…